Smullen van hutspot en dubbele stik
Oorlogsverhalen rond de Langedijk

Jan Lammerschaag.
 
Jan Lammerschaag van 15 januari 1931 te Koedijk diepte veel uit zijn oorlogsgeheugen op. In juli 1940 kwamen de eerste Duitse soldaten als een zootje ongeregeld met paarden en oude karren naar Koedijk. Nou, dat duurt niet lang zei buurman Cees Spaan nog optimistisch. Het feest van De Gouden Engel werd bij Lammerschaag toch gevierd op 31 december 1940.
 
Brand

26 juni 1943 vlogen bommenwerpers over Koedijk, waarvan er enkelen werden neergehaald. Een daarvan liet zijn lading brandbommen los die vielen op de boerderijen van Beek, Spaan en Lammerschaag. Vader Piet Lammerschaag holde onverschrokken de boerderij binnen en smeet enkele brandbommen naar buiten. Hierdoor kreeg hij tijd om enkele spullen te redden. Cees Spaan probeerde ook wat te redden uit de brand, hij kreeg brandend riet op zijn nek en liep ernstige brandwonden op. De herbouw van de boerderijen werd vanuit het rijk geregeld. Piet Lammerschaag was verzekerd, zijn brandschade werd gedekt. Buurman Cees Spaan was niet verzekerd, toch werd zijn schade gecompenseerd. Piet weigerde daarom de brandverzekeringspremie nog te betalen, maar een rechtszaak dwong hem daartoe. Eind oktober stond er nóg geen koeienstal. Daarvoor moest hout gekapt worden uit een bos bij Harderwijk. De hooischuur werd gebouwd met het vierkant van een stolp van de verbrande boerderij. Die was ooit gebouwd in 1815 door Klaas Lammerschaag. Aannemer Jan Molenaar bouwde de stal aan de overkant van de achtersloot. Het cement voor de betonvloer was ontvreemd van de Duitsers. Die afwijkende groene kleur werd met kalk gecamoufleerd. 28 November konden de koeien eindelijk op stal. Er was grote saamhorigheid en daardoor veel hulp geboden na de brand.
 
Dubbele stik

Herman Göring-elite troepen kwamen naar Koedijk. Ook het mooie huis van Hil Lammerschaag werd daarvoor gevorderd. Hij ging tijdelijk in de Witte Winkel wonen. Gewillige dames van elders kwamen de Duitse officieren plezieren. Koedijkers legden contact met jonge soldaten van soms nog geen 17 jaar. In het kanaal moesten ze leren zwemmen waarbij ze net niet verdronken. Piet weigerde de Duitsers melk te leveren. Hij ging overstag toen Bram Lugtigheid hem bezorgd waarschuwde voor 'ausradieren'. Vaak waren er zelfs veertien slapers uit de grote steden die het platteland afstroopten naar etenswaren voor thuis. Wat smulden zij ’s avonds van hutspot en ’s morgens een 'dubbele stik' brood met bietenstroop en soms kaas. Januari 1945 liep het erf en huis vol met SS’rs die alle paarden opeisten. Ze dropen af toen vader Piet hen om een 'befehlbrief' van de Ortskammandant vroeg. Piet kreeg februari 1945 de zeer besmettelijke difterie. Dokter Den Hartog zorgde voor herstellende medicijnen. Er kwam een briefje 'difterie aan de poort, waarvoor alles en iedereen grote schrik had. Dus ook geen slapers meer op het erf.

 


Jan Bijpost

Dit verhaal is op 2 mei gepubliceerd in het Langedijker Nieuwsblad