'n Schot hagel en dakpannengruis
Oorlogsverhalen rond de Langedijk

Klaas ten Bruggencate.
Klaas ten Bruggencate, (1929, Broek op Langedijk), is de zoon van Albert, sluiswachter aan de Sluiskade die handelde in olie, touw en scheepsartikelen. Klaas kon al vroeg de zaak overnemen, want hij hoefde niet in militaire dienst. Klaas’ vrouw Rie stond aan de pomp. Samen bouwden ze de zaak aan de Prins Hendrikkade op. Met zonen en kleinzonen werd verder gewerkt in een nieuw pand aan de Hornweg. Toen de oorlog uitbrak was Klaas elf. Hij vond het reuze spannend en hield van sensatie. Heel laag kwamen jachtvliegtuigen over vanaf de duinen, richting Heerhugowaard. Snel op de fiets naar (nu sportpark) De Vork, daar werd geschoten op de treinen. Op een keer zag hij een man op de trein door een luchtaanval ernstig gewond raken; dat maakte diepe indruk. Het onderwater zetten van de Hollandse Waterlinie veroorzaakte dat mensen uit Amersfoort elders ondergebracht werden, waaronder in Langedijk. De kerken regelden dat: hervormden bij hervormden, gereformeerden bij gereformeerden, enzovoort. Een echtpaar met twee dochters en een zoon kwam bij de Ten Bruggencates. De zoon moest in dienst, de rest van de familie bleef ruim veertien dagen. Tot op de huidige dag zijn er onderlinge vriendschapsbanden. Bij Rie thuis werden mensen ondergebracht uit Den Helder, één van hen is nog steeds een goede vriendin. Er waren ook NSB’ers in Langedijk. ,,Je wist het precies, maar je negeerde ze. Soms was het een buurman of zelfs familie… En als je na een verjaardag net na acht uur thuis kwam, werd je met een schot hagel van je fiets geblazen. Het was tenslotte spertijd!"Rie hielp als meisje van elf samen met een vriendin met het rondbrengen van blaadjes als Vrij Nederland. Thuis werd stiekem naar Radio Oranje geluisterd. Broer Piet ging met jongens per kano tussen de akkers (de oôst) in als er een razzia was. Als er fietsen gevorderd werden lieten ze die (uit voorzorg) aan een touw in de sloot zakken, onder de schuit en zodra de kust veilig was, werd het spul weer op de kant getrokken. Honger heeft de familie niet geleden, er was altijd wel eten. De buren hebben geturfd hoeveel konijnen Klaas in vijf jaar heeft geslacht: 1500 stuks. ,,Varkens moest je inleveren, maar konijnen mocht je houden en dus… opeten. Sigaretten en snoep gingen op de bon, maar vader rookte van 'eigen teelt', dat scheelde want voor één rookbon kreeg je twee snoepbonnen." Klaas had op een keer een leuk handeltje. Hij kon iemand 'zwart' schutten bij de sluis tegen de prijs van één kilo cacao. Hij werd flink bedrogen: het was fijn gemalen dakpannengruis! ,,Het was een tijd vol spanning, sensatie en soms een tikje romantiek. Maar wat kun je er van zeggen? Ik was een puber."


Rieneke Bak-Breure

Dit verhaal is op 28 maart gepubliceerd in het Langedijker Nieuwsblad