Enkele mensen

Enkele mensen op de vlucht voor enkele mensen

In een of ander land onder de zon

en enige wolken


 

Ze laten achter wat van hen is, een of ander alles,

bezaaide velden, een aantal kippen en honden,

spiegeltjes waarin nu het vuur zich spiegelt


 

Ze hebben kruiken en bundels op hun rug

elke dag leger, elke dag zwaarder


 

In stilte voltrekt zich iemands niet meer verder kunnen,

onder kabaal iemands weggrissen van iemands brood

en iemands schudden aan zijn dode kind


 

Voor hen ligt een of andere weg die nooit de goede is,

altijd de verkeerde brug

over de rivier die vreemd roze kleurt

Ergens wordt geschoten, dichtbij of verder weg,

in de lucht een of ander vliegtuig dat wat rondcirkelt


 

Een soort onzichtbaarheid zou hier van pas komen,

een grauwe steenachtigheid,

of nog beter een soort nergens-zijn

voor enige tijd, kort of misschien lang


 

Er zal nog wel iets gebeuren, alleen waar en wat

Iemand zal hun tegemoetkomen, alleen wanneer en wie

in hoeveel gedaanten en met wat voor bedoelingen.

Als hij de keus zal hebben

wil hij misschien geen vijand zijn

En zal hij hen in een of ander leven laten


 
 

Wisława Szymborska

Uit “Het Moment”, Meulenhoff Amsterdam, vertaling Gerard Rasch